Verhaal voor Eva

3 november 2012.

“Zal ik je voorlezen?” vraagt een hijgende oma aan Eva. Ze hebben net knuffelverstoppertje gespeeld. Dat is: je om de beurt verstoppen, en als de ander je dan na lang zoeken heeft gevonden, heb je een dikke knuffel verdiend.

“Ik ben een beetje moe”, zegt oma. “Nou, dan spelen we tikkertje”, roept Eva. “Dat helpt niet echt, Eva. Zoek maar een boek uit, dan lees ik je voor”.

Maar dat wil Eva niet, ze ligt dwars en geeft oma een bruin potloodje. “Hier, lees dat maar voor!”zegt ze kattig.

Oma is niet voor 1 gat te vangen en begint: er was eens een bruin kleurpotlood. Hij leefde samen met zijn pappa en mamma en een heleboel prachtig gekleurde broertjes en zusjes in een mooi huis.
Maar hij was niet tevreden. “Waarom ben ik bruin en hebben jullie zulke mooie kleuren? Ik wil niet bruin zijn! Weten jullie wat ik wil? Ik wil goud zijn!!”

“Maar mijn lieve bruine potloodje,” zei zijn mamma, ”Hoe wil je dat doen? Het land van de gouden potloden is hier ver vandaan." Maar haar kind was eigenwijs, hij pakte een rugzak en ging op weg.
Langs eenzame wegen. Door donkere bossen. Over diepe rivieren.

Door al dat lopen was zijn puntje afgesleten, en een potlood zonder punt is niets waard! Daarom vroeg hij aan een timmerman om een nieuw puntje te slijpen. “Waarheen is de reis?” vroeg de timmerman.
“Naar het land van de gouden potloden.” Daar schrok de goede man van. “Maar dat is nog heel ver hier vandaan, dan slijt je puntje erg hard.” Het bruine potlood lachte hem uit en trok verder.

Over kronkelende wegen, door naaldbossen, over woeste rivieren.
En ja hoor, daar had je het al, het puntje viel er helemaal af!
Daar schrok hij toch van.

Weer zocht hij een timmerman om zijn punt te slijpen. Die keek heel zorgelijk. “Dat kost je een groot stuk”, sprak hij, “Ik zou maar naar huis gaan, anders blijft er niets van je over!!”

“Maar ik wil naar het land van de gouden potloden”, stampvoette het kleine potloodje. “Puh!”, zei de timmerman, “Dat bestaat niet eens!” Daar schrok die kleine zo van dat hij hard naar huis begon te hollen. Over de rivier, door de bossen, over enge wegen, gauw terug naar huis! Onderweg moest zijn puntje nog een keer geslepen worden, tjonge, wat was hij toen klein!!

Eindelijk was hij thuis. Gelukkig stond er een ladder voor de deur, want hij kon niet bij de bel. Zijn vader deed open. Hij keek in het rond, maar hij zag niemand.

Kwaad wilde hij de deur sluiten, toen hij iemand daar beneden “pappa!” hoorde piepen. Toen zag hij een heel klein stompje bruin potlood staan. “Moeder,” riep hij, “Kom eens gauw.” Moeder Potlood kwam aangerend uit de keuken, zij herkende haar kind meteen en sloot hem in haar armen.

“Ik wil niet goud zijn,” snikte hij, “Ik wil weer bruin zijn en groot”.
“Dat komt allemaal goed.” suste zijn moeder.”Ik ga je eens lekker verwennen en dan word je weer net zo groot en mooi als je broertjes en zusjes!”. Vader Potlood sloot de deur.

En toen was het verhaaltje uit!

Eva, op de stoel voor oma, luisterde met open mond.
Ze liet het even bezinken.

Toen zei ze: “Nou ga ik een verhaal verzinnen, kom jij op mijn schoot zitten.”

Maar dat vond oma niet zo’n goed idee.
Eva begon: ”Er was eens een dikke oma….”

Omdat haar vader en haar opa heel hard begonnen te lachen, is het nooit een verhaal geworden.

Opgetekend door Oma Wil van Kooij-Seinstra.

 <<< TERUG