|
1966
Na de dood van mijn
ouders.
Soms word ik van
de hele rotzooi ziek!
Ik krijg de pest aan heel die duffe kliek.
Ik zou de hele wereld kunnen slaan,
En in mijn eentje lekker naar de bliksem gaan.
Ik zou zo graag nog
eenmaal knielen aan uw schoot,
Mij bij uw warmte zo geborgen voelen,
Zo veilig.Buiten vaart een late boot,
En binnen, in de schemering de stoelen
Als droomfiguren in mijn fantasie
En ik uw meisje, met mijn haren op uw knie.
Uw stem, die zacht een schemerliedje zingt.
O,Moeder,help me
toch, uw kind verdrinkt!
<<<
TERUG
|
|