1988

Ik leef in een klein huis,
Met man, kinderen, katten.
Maar soms, op kwaaie dagen
Dan ga ik mij bezatten!
Dan wordt mijn huis kasteel,
Mijn kamer is een zaal,
De piano een orkest,
Mijn brood een koningsmaal.
Mijn katten worden tijgers
Mijn tekeningen kunst
Mijn tuin een ware lusthof
Mijn glimlach is een gunst.
En ik, ik ben kasteelvrouw
Heerseres van het huis.

Dan bonkt men op de tuinpoort,
De kinderen komen thuis!


<<< TERUG